Wedstrijdruiters jonger dan 12 jaar (lopende jaar) dienen in het bezit te zijn van een bekwaamheidsattest om te kunnen delnemen aan wedstrijden op minimaal subprovinciaal niveau. Het bekwaamheidsattest is gelijik aan de praktijk van Brevet A.
Opgelet! Het Brevet Eerste Graad is niet gelijk aan het bekwaamheidsattest en dus ook niet voldoende om een vergunning aan te vragen minimum subprovinciaal niveau! Het bekwaamheidsattest is geen brevet! Het jurylid dient ook dadelijk het attest (=standaarddocument) uit te schrijven na het examen. Voor het Brevet Eerste Graad wordt enkel een dressuurproef (met mas. 4 in eenpiste) afgenomen.
Ruiters reeds in het bezit van het bekwaamheidsattest dinen enkl nog de theorie van de Brevet A af te leggen om het Brevet A te halen, mist het voorleggen van het bekwaamheidsattest op het examen. Ruiters jonger dan 12 jaar (lopende jaar), die in het bezit zijn van een bekwaamheidsattest kunnen een vergunning vanaf 02 aanvragen bij de VLP. Concreet voor 2007: ruiters geboren in 1995 of later dienen in het bezit te zijn van het bekwaamheidsattest. Ruiters vanaf 12 jaar (lopende jaar) dienen in het bezit te zijn van een Brevet A om een vergunning vanaf 02 aan te vragen bij de VLP. Concreet voor 2007: ruiters geboren in 1995 dienen in het bezit te zijn van een Brevet A. Ruiters vanaf 13 jaar (lopende jaar) dienen in het bezit te zijn van een brevet B om een vergunning vanaf 03 aan te vragen bij de VLP. Concreet voor 2007: Ruiters geboren in 1994 of vroeger dienen in het bezit te zijn van Brevet B. | | | bekwaamheidsattest (vroeger: Kadettenbrevet): Doelgroep : Voor kids jonger dan 12 jaar Praktijk : Stap, draf, galop. Lichtrijden op 't buitenbeen, hoefslagfiguren, linker- en rechtergalop. Correcte manier op- en afstijgen, paard aan de hand leiden. Poetsen, op- en afzadelen. Theorie : nihil
A-brevet : Doelgroep : Vanaf 11 jaar Praktijk : Eerste graad, contact met het paard, doorzitten, overgangen maken, verlichte zit, cavaletti lopen in stap en draf, springen van hindernissen van ongeveer 75 cm. Theorie : Paarden, delen van het paard, het hoofdstel en het zadel, het gebruik van de piste, hulpgeving, hoefslagfiguren, het verkeersreglement
B-brevet : Doelgroep : Ruiters in het bezit van een A-brevet Praktijk : dressuurproef (zie BLOSO-boek), parcours van 80 à 90 cm springen Theorie : uitwendige delen van het paard; de zintuigen; signalement van het paard; soorten zadels; elementaire optomingen; delen van de sprong; hoefslagfiguren; hulpgeving voor : in de handstellen, aanspringen in galop, springen, bandageren, hoefverzorging, toiletteren.
Initiatorbrevet BLOSO : Doelgroep : Ruiters van minimum 17 jaar in het bezit van een B-brevet. Praktijk : Slagen in de toelatingsproef, zijnde een dressuurproef en een springparcours van 90 cm tot 1 meter. Theorie : Zie cursus BLOSO te volgen in een lesveertiendaagse (wordt jaarlijks ingericht) of in een reeks van een 10-tal zaterdagen. Info bij BOMARI of VLP |
|